Direct een advocaat nodig? Bel ons: 010-2204400
Stel uw vraag direct en krijg binnen 24 uur antwoord

Stuiting van de verjaring van (rechts)vordering door een derde

12

May

2017

Stuiting van de verjaring van (rechts)vordering door een derde

Iedereen heeft er wel eens van gehoord indien hij bijvoorbeeld een openstaande vordering wil innen op een schuldenaar; de verjaring van de vordering.

Hoe zat dat ook al weer?

Vorderingen kunnen verjaren en zijn in beginsel niet tot het einde der tijden incasseerbaar. Bij vorderingen kunt u denken aan geldelijke vordering uit hoofde van een openstaande factuur of een lening, maar ook het recht om bijvoorbeeld een fiets geleverd te krijgen van een derde is een vordering. In Nederland geldt een algemene verjaringstermijn van 20 jaar, maar in de meeste gevallen is sprake van een verjaringstermijn van vijf jaar. De vordering tot (terug)betaling van een lening verjaard bijvoorbeeld vijf jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden en dus door de schuldenaar had moeten worden voldaan. Afhankelijk van de aard van de vordering kan er een andere verjaringstermijn van toepassing zijn.

Achtergrond van het bestaan van een verjaringstermijn is dat een schuldenaar niet na decennia nog geconfronteerd moet kunnen worden met een oude vordering.

Stuiting van de verjaring

De verjaring kan echter worden gestuit. Dit kan op verschillende manieren en is afhankelijk van de aard van de vordering. Dit betekent dat goed gekeken moet worden op welke wijze een specifieke vordering kan worden gestuit. Wordt niet op de juiste wijze gestuit, dan verjaard de vordering alsnog.

De wijzen waarop vorderingen kunnen worden gestuit zijn kort op een rijtje:

1.     Stuiting door een daad van rechtsvervolging. Door het instellen van een eis via een dagvaarding bij bijvoorbeeld de rechtbank wordt de verjaring van de vordering gestuit.

2.     Stuiting door een schriftelijke aanmaning of mededeling. De verjaring kan tevens worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling aan de schuldenaar waarin je als schuldeiser ondubbelzinnig het recht op nakoming (bijvoorbeeld betaling) voorbehoudt.

3.     Stuiting door een schriftelijke aanmaning of mededeling gevolgd door een daad van rechtsvervolging. In sommige gevallen, afhankelijk van het soort vordering, moet een schriftelijke aanmaning of mededeling binnen zes maanden worden gevolgd door een daad van rechtsvervolging zoals hiervoor omschreven. Wordt er wel een schriftelijke aanmaning of mededeling verstuurd maar wordt deze niet gevolgd binnen zes maanden door het instellen van bijvoorbeeld een eis bij de rechtbank, dan verjaard de vordering alsnog.

4.     Erkenning. De verjaring kan tevens worden gestuit door erkenning. Indien de schuldenaar erkent dat hij/zij nog betaling van bijvoorbeeld een lening is verschuldigd, dan stuit dit ook de verjaring. De erkenning kan mondeling zijn, maar veelal is het verstandig om dit op schrift te hebben zodat hierover later geen discussie hoeft te bestaan.

Bij de stuiting door erkenning wil ik even stil staan. Zoals aangegeven gaat het om de erkenning door de schuldenaar. In een recent arrest van de Hoge Raad stond echter de vraag centraal of een derde, dus niet de schuldenaar zelf, ook een vordering namens een schuldenaar kan erkennen.

Waar ging het om? Een schuldeiser had een vordering op een schuldenaar. De schuldenaar heeft aan de schuldeiser voorgesteld om een aantal fitnessapparaten te leveren teneinde de hoogte van de vordering te verlagen. Met andere woorden; een gedeelte van de vordering werd niet betaald in geld, maar in apparaten.

De fitnessapparaten zouden niet worden geleverd door de schuldenaar zelf, maar door een dochteronderneming, onderneming X. Schuldeiser mocht zich rechtstreeks richten tot onderneming X om de fitnessapparaten geleverd te krijgen. Vier jaar nadat partijen deze afspraak hadden gemaakt heeft schuldeiser ook daadwerkelijk aan onderneming X verzocht om fitnessapparaten te leveren.

Onderneming X was niet langer meer een dochteronderneming van de schuldenaar, maar levert de fitnessapparaten conform afspraak. Er resteert echter nog een restvordering waarvoor schuldeiser rechtstreeks de schuldenaar aanspreekt. Deze stelt zich op het standpunt dat de vordering inmiddels is verjaard, omdat er op dat moment vijf jaren zijn verstreken.

De Hoge Raad is het niet eens met dit standpunt. Door de levering van de fitnessapparaten door onderneming X, die inmiddels geen dochteronderneming meer is, was er sprake van erkenning van de vordering waardoor de verjaring volgens de Hoge Raad is gestuit. De schuldenaar had immers zelf een rechtstreekse rol gespeeld bij het maken van deze afspraak om zijn vordering door onderneming X (gedeeltelijk) te laten betalen. Onder die omstandigheden mocht de schuldeiser er op vertrouwen dat de schuldenaar zich nog bewust was van de schuld en was verjaring volgens de Hoge Raad niet aan de orde.

Als schuldeiser en schuldenaar moet u zich naar aanleiding van dit arrest dus bewust zijn van de mogelijkheid dat de verjaring wordt gestuit doordat een derde uitvoering geeft aan reeds eerder gemaakte afspraken! Zelfs als de schuldenaar zich niet (meer) bewust is van die uitvoering door die derde.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Lennart Hordijk.

Geschreven door:
Lennart Hordijk
Bekijk profiel
Terug naar Blog Archief