Direct een advocaat nodig? Bel ons: 010-2204400
Stel uw vraag direct en krijg binnen 24 uur antwoord

Referentie van een derde bij onderhandse aanbestedingen

24

Nov

2017

Referentie van een derde bij onderhandse aanbestedingen

Een element van elke aanbesteding is, dat de aanbestedende dienst geschiktheidseisen stelt, waaraan inschrijvers moeten voldoen. Soms kunnen inschrijvers dat niet (helemaal) zelf en willen zij een beroep doen op de draagkracht/bekwaamheid van een derde. Dat mag ook, althans bij opdrachten die verplicht moeten worden aanbesteed omdat hun geraamde waarde gelijk is of hoger aan de drempelwaarde. Maar hoe zit dat bij meervoudig onderhandse aanbestedingen, waarbij de aanbestedende dienst simpelweg een aantal ondernemers uitnodigt om een offerte uit te brengen? Die vraag is onlangs voorgelegd aan de rechtbank Oost-Brabant.

De gemeente Eindhoven startte in juli 2017 een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure (conform ARW 2016), met betrekking tot de plaatsing en de exploitatie van snel-laadpalen op het Stationsplein in Eindhoven. In de inschrijvingsleidraad was als gunningscriterium opgenomen de beste prijs-kwaliteitverhouding op laagste prijs. Bovendien was in de eis opgenomen dat een opdrachtnemer een referentie moest aanleveren, waaruit blijkt dat hij ervaring heeft met het plaatsen en minimaal één jaar exploiteren van snel-laadpalen in de openbare ruimte.

Twee partijen schreven in, waaronder een grote energieleverancier. Die voerde een referentieopdracht op van een vennootschap waaraan zij zelf gelieerd was. De gemeente verklaarde de inschrijving ongeldig, omdat niet aan de referentie-eis was voldaan.

De rechter was het daar uiteindelijk mee eens. Het beroep van de energiereus op de referentie van een aan haar gelieerde vennootschap, zonder daarbij te vermelden dat zij kan beschikken over de middelen van die vennootschap, is feitelijk het beroep op de referentie van een derde. In het ARW 2016 is ten aanzien van meervoudig onderhandse procedures niets geregeld op dit punt. De rechter was daarom van mening, dat dan in ieder geval vereist is dat de aanbestedingsstukken het mogelijk maken om een beroep te doen op de referentie van een derde.

In het onderhavige geval was daarover in de aanbestedingsstukken echter niets geregeld. Daarmee was een beroep op de referentie van een derde naar het oordeel van de rechter dus niet mogelijk en bovendien had de energieleverancier geen open kaart gespeeld omdat zij niet uitdrukkelijk heeft vermeld dat zij een beroep deed op de referentie van een derde. De inschrijving is terecht ongeldig verklaard, aldus de rechter.

Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) bevat de vraag, of de ondernemer een beroep wenst te doen op de draagkracht van een derde. Dat betekent niet automatisch, dat dat ook is toegestaan, want zoals hier boven al bleek worden daar voorwaarden aan gesteld. Het is dus voor aanbestedende diensten zaak om hier duidelijkheid in te scheppen en in de stukken op te nemen, of een referentie van een derde mogelijk is of niet. Inschrijvers doen er vervolgens verstandig aan daar ook goed op te letten en er niet klakkeloos vanuit te gaan, ook niet bij meervoudig onderhandse aanbestedingen, dat inschrijving met een beroep op de draagkracht van een derde geldig is.

Wilt u meer weten over aanbestedingsrecht of heeft u vragen op dit gebied, neemt u dan gerust contact op met Pascal Willems

Geschreven door:
Lennart Hordijk
Bekijk profiel
Terug naar Blog Archief