Direct een advocaat nodig? Bel ons: 010-2204400
Stel uw vraag direct en krijg binnen 24 uur antwoord

CAO-bepaling uitzendbeding in strijd met opzegverbod tijdens ziekte

20

Mar

2020

Temidden van de corona-crisis verscheen op 17 maart 2020 een interessante uitspraak over het opzegverbod tijdens ziekte van het Gerechtshof Den Haag.  

Het is al enige tijd bekend. Sinds 1 juli 2015 ontbreekt de wettelijke basis om bij CAO af te wijken van de hoofdregel dat een werkgever de  arbeidsovereenkomst in beginsel niet mag opzeggen tijdens ziekte. Voor 1 juli 2015 was dit wel mogelijk en  ook vastgelegd in de CAO’s voor uitzendkrachten (ABU en NBBU). Het uitzendbeding, zoals vermeld in het oude artikel 13 lid 3 van de NBBU-CAO, vormde hiervan een toepassing.

Ook de nieuwe CAO Uitzendkrachten 2019-2021 voorziet in zo’n regeling. Artikel 15 lid 1 sub b van de CAO luidt als volgt:

  • De uitzendovereenkomst met uitzendbeding eindigt (b) doordat de uitzendkracht om welke reden dan ook, daaronder begrepen arbeidsongeschiktheid, de bedongen arbeid niet langer wil of kan verrichten.
  • In geval van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht wordt de uitzendovereenkomst met uitzendbeding direct na de ziekmelding geacht met onmiddellijke ingang van rechtswege te zijn beëindigd op verzoek van de opdrachtgever.

Artikel 15 van de CAO is dus een afwijking op de hoofdregel, waarvoor geen wettelijke basis (meer) is.

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 17 maart 2020 bepaald dat de CAO (artikel 13 oud) in strijd is met het opzegverbod bij ziekte als vermeld in artikel 7:670 lid 1 BW. Dat betekent dat het uitzendbeding, voor zover dat ziet op de strijdigheid met het opzegverbod tijdens ziekte, vernietigbaar is.

Hoe nu verder?

Het uitzendbeding bij ziekte is niet rechtsgeldig. Dat was echter al bekend. Toch maken vele werkgevers gebruik van de mogelijkheid uit artikel 15 van de CAO.

Het is van belang om de uitzendovereenkomsten en de CAO naar aanleiding van deze uitspraak aan te passen. Om het risico van doorbetaling tijdens ziekte te beperken, kan een uitzendwerkgever werken met zogenaamde ‘week-contracten’ gedurende het fase-A (of 1-2) contract met uitzendbeding. Wordt een werknemer gedurende het weekcontract ziek? Dan betaalt de werkgever het loon door gedurende deze week. Na afloop van de week, is het mogelijk om het contract van rechtswege te laten aflopen vanwege het uitzendbeding. Let op: weekcontracten met uitzendbeding zijn alleen geldig in Fase A of 1 / 2.

Risico’s bij handhaving uitzendbeding ziekte

Indien het uitzendbeding bij ziekte toch wordt gehandhaafd, dan kan een werknemer daartegen protesteren indien zijn contract wegens ziekte wordt opgezegd. Wat riskeert een uitzendwerkgever dan?  Uit de uitspraak blijkt het volgende. Het feit dat het beroep van de werkgever op het uitzendbeding tijdens ziekte niet rechtsgeldig bleek te zijn, leidde ertoe dat de uitzendovereenkomst niet automatisch was geëindigd op de datum van ziekmelding. In dit geval was Fase 2 (A) al bijna verstreken. Dat had als gevolg dat de uitzendovereenkomst, na het verstrijken van de 78 weken, automatisch over is gegaan in een Fase 3 (B) contract.

In Fase 3 geldt een loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte. Nu de werkgever niet had aangetoond dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was overeengekomen, moest in dit geval uit worden gegaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op grond van de CAO eindigt de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte pas op het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt/wordt beëindigd, dan wel wanneer de werknemer gedurende een periode van twee jaar arbeidsongeschikt is. En dat is een fors financieel risico.

Meer informatie over uitzendcontracten? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtsspecialisten: Hans de Haij, Dennis Oud of Tessa Sipkema.

Geschreven door:
Tessa Sipkema
Bekijk profiel
Terug naar Blog Archief