Direct een advocaat nodig? Bel ons: 010-2204400
Stel uw vraag direct en krijg binnen 24 uur antwoord

Bestuurdersaansprakelijkheid jegens crediteuren

17

Nov

2015

Op 8 juli 2015 heeft de rechtbank Overijssel een vonnis gewezen waarin een crediteur de bestuurders van een inmiddels failliete vennootschap aansprakelijk stelde voor het feit dat haar facturen niet meer werden voldaan.  In het vonnis geeft de rechtbank een mooie samenvatting van de jurisprudentie omtrent de vraag wanneer een bestuurder aansprakelijk kan worden gesteld door een schuldeisers van de vennootschap.

De rechtbank stelt allereerst voorop dat, indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, uitgangspunt is dat alleen die vennootschap aansprakelijk is voorde daaruit voortvloeiende schade. In beginsel is een (indirect) bestuurder dus niet aansprakelijk voor een vordering van een schuldeiser op een vennootschap.

Slechts onder bijzonder omstandigheden bestaat er ruimte voor aansprakelijkheid van een (indirect) bestuurder van de vennootschap. Een (indirect) bestuurder kan aansprakelijk zijn jegens een schuldeiser van de vennootschap die geconfronteerd wordt met onbetaald en onverhaalbare vorderingen indien  de (indirect) bestuurder:

a.namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel;

b.heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt.

Hierbij geldt voor de onder “a” genoemde gevallen de maatstaf dat de betrokken bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden.

Bij de onder “b” genoemde gevallen is het de vraag of het handelen of nalaten van de bestuurder van de betrokken vennootschap ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is, dat hem daarvan een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt is in ieder geval sprake als de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal voor de als gevolg daarvan optredende schade.

Als schuldeiser dien je dus te bewijzen dat de bestuurder bij het aangaan van de betreffende overeenkomst, wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Dit is hoge drempel.

In voorgenoemde uitspraak betrof het een aannemer die als gevolg van de financiële crisis al enkele jaren slechte resultaten boekte en negatief werkkapitaal had. De schuldeiser stelde zich op het standpunt dat de bestuurders op grond van de jaarrekeningen vanaf 2009 wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet na zou kunnen komen en ook geen verhaald zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. De rechtbank oordeelt de jaarstukken van 2009 niet van doorslaggevend belang zijn. Gekeken moet worden naar het moment dat de vennootschap de opdrachten verstrekte aan de schuldeiser.

Op het moment van aangaan van de overeenkomsten met schuldeiser had de vennootschap nog kredietruimte, was de vermogenspositie al langere tijd slecht maar wist de vennootschap al die tijd wel het hoofd boven water te houden, bestond er met de belastingdienst een uitstelregeling en was de vennootschap in onderhandeling met een investeerder en de bank om haar kredietmogelijkheden uit te breiden.  Gezien deze feiten oordeelde de rechtbank dat de bestuurders niet wisten of behoorde te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet na zou kunnen komen. De vordering is dan ook door de rechtbank afgewezen.

Wilt u meer weten of heeft u vragen, neem dan gerust contact op met Lennart Hordijk

Geschreven door:
Gerard van der Wende
Bekijk profiel
Terug naar Blog Archief